Hoofdpagina » Onderwerpen » (Subsidiabele) Servicekosten » (subsidiabele) Servicekosten

(subsidiabele) Servicekosten

Gepubliceerd op 8 mei 2020 om 10:02

De meeste huurders hebben naast hen kale huur te maken met servicekosten. In de Wet op Huurtoeslag staat vastgesteld dat er vier soorten servicekosten in aanmerking komen voor subsidie. Dit noem men “subsidiabele servicekosten”.

 

De vier (subsidiabele) servicekosten die u mag meetellen zijn:

  1. Energiekosten voor gemeenschappelijke ruimten. (bijv. verlichting in een flatgebouw)
  2. Kosten voor een huismeester, flatwacht of buurtconciërge.
  3. Schoonmaakkosten voor gemeenschappelijke ruimten. (bijv. een flatgebouw waar de algemene hal etc. schoongemaakt wordt.)
  4. Kosten voor reparaties en groot onderhoud aan dienst- en recreatieruimten (komt meestal voor bij een seniorencomplex of bejaardentehuis)

 

Als u huurtoeslag gaat aanvragen of een proefberekening gaat maken, dan mag u maximaal 12,00 euro per onderdeel opgeven als deze op de huurspecificatie staat vermeld (heeft u deze niet, vraag hem dan op bij uw verhuurder). De totale servicekosten die u mag opgeven voor toeslag bedraagt: 48,00 euro.

De servicekosten + kale huur = rekenhuur

 

Wat geen servicekosten zijn

De volgende kosten vallen niet onder servicekosten of nutsvoorzieningen:

  • zorgservicekosten, zoals kosten voor maaltijdverstrekking, verpleging en alarmservice;
  • belastingen en heffingen, zoals rioolrechten. De verhuurder kan bepaalde kosten en heffingen wel aan u doorberekenen, maar niet via de servicekosten. Eigenaren krijgen de rekening voor eigenaarsheffingen (zoals de onroerendezaakbelasting) en gebruikers (huurders) voor gebruikersheffingen (zoals de afvalstoffenheffing). De aanslag voor de afvalstoffenheffing komt op naam van de gebruiker van het pand. Bij meervoudig gebruik van een pand (zoals particuliere kamerverhuur) gaat deze aanslag naar de eigenaar/verhuurder.

 


Reactie plaatsen

Reacties

Er zijn geen reacties geplaatst.